A
Ruwe, gekartelde of vuile plasmasneden (gekenmerkt door overmatige slak/slak, een zware schuine hoek of een turbulente snijrand) worden doorgaans veroorzaakt door een onjuiste voortbewegingssnelheid, vervuilde luchttoevoer, versleten slijtdelen, een onjuiste toortshoogte of een onjuist geïnstalleerde wervelring.
Volg deze professionele gids voor het oplossen van problemen om schuim te verwijderen en schone, laserachtige randen te verkrijgen:
Onjuiste voortbewegingssnelheid (hoge snelheid vs. lage snelheidsslak): Te snel bewegen zorgt ervoor dat de plasmaboog achter de toorts blijft hangen, waardoor een harde, dynamische slak langs de onderrand achterblijft die moeilijk te verwijderen is.
Als u te langzaam beweegt, kan de boog breder worden en op zoek gaan naar metaal, waardoor een dikke, zware en gemakkelijk verwijderbare plas schuim langs de bodem ontstaat, samen met afronding van de bovenrand.
Vocht- of olieverontreiniging in de luchtleidingen: Schone lucht is essentieel voor een stabiele plasmaboog. Als uw luchtleidingen vocht of compressorolie bevatten, wordt de plasmastraal onstabiel en turbulent. Dit veroorzaakt onregelmatige snijbogen, snel zwart worden van slijtdelen en een sterk vervuilde, ruwe snijrand. Gebruik altijd een speciaal meertraps luchtfiltratie- of droogmiddeldroogsysteem.
Versleten, putjes of niet-ronde verbruiksartikelen: De opening van het mondstuk richt en vernauwt de plasmastraal. Als het mondstukgat enigszins ovaal, gekerfd of ingekerfd is, zal de plasmastroom ongelijkmatig naar buiten komen. Dit leidt tot een ernstige schuine hoek (de ene kant van de snede is recht, de andere schuin) en een ruwe afwerking. Inspecteer en vervang het mondstuk en de elektrode als een op elkaar afgestemd paar.
Onjuiste afstandsafstand (toortshoogteregeling): Als u de toorts te hoog houdt, neemt de boogdichtheid af, waardoor een grote schuine hoek en topslak ontstaat. Als u het te dichtbij houdt, kan het mondstuk oververhit raken en slak terug in de toortskop worden geblazen. Zorg voor een consistente afstand tussen toorts en werkstuk van 1,5 tot 3 mm (1/16 tot 1/8 inch).
Omgekeerde wervelring of snijrichting: De wervelring laat het plasmagas ronddraaien om een draaikolk te creëren die de boog stabiliseert, waardoor de ene kant van de snede een perfect vierkante rand krijgt en de andere een lichte afschuining. Omdat het plasmagas in een specifieke richting draait (meestal met de klok mee), moet u altijd in een richting snijden waarbij het schroot zich aan de linkerkant bevindt en uw voltooide onderdeel aan de rechterkant (wanneer u de toorts van u af beweegt).